Wat moet je weten over rosé wijn?
Verschillende soorten rosé wijnen
Rosé wijnen worden doorgaans jong gedronken. Hoe jonger, des te meer fraîcheur en fruitaroma's de wijn zal bevatten. Een roséwijn is op zijn best in zijn jeugd. De drinktemperatuur en de bewaarcapaciteit van onze rosé wijnen kan je terugvinden in de specificaties van de wijn.
Hoe wordt rosé wijn gemaakt?
Een roséwijn komt voort uit blauwe druiven die men bijvoorbeeld 6 tot 48 uur gekneusd en ontsteelt laat macereren. Er bestaan eigenlijk 3 methodes om rosé wijn te maken:
De methode “rosé de pressurage”
Vooral in de warmere gebieden gebruikt omdat bij de oogst al kleuruitwisseling van pel naar pulp plaatsvindt en zo de most al licht kleurt. Men kiest op voorhand om rosé wijn te maken. De vinificatie loopt verder zoals bij witte wijnen. Omdat er geen schilcontact is, zullen deze roséwijnen licht van kleur zijn met heel frisse aroma’s en levendige zuren.
De methode “macération pelliculaire”
Er is schilcontact gedurende 4 à 12 uren waardoor kleur, aroma’s en andere componenten worden uitgewisseld tussen schil en sap. Alles wordt na verwijdering van de lekwijn naar de pers gestuurd. Men bekomt rosés die meer kleur bevatten, vettiger en steviger zijn. Deze methode wordt gebruikt in AOC’s waar 100% rosé gemaakt worden. Bijvoorbeeld Tavel, Rosé d’Anjou en Rosé de Loire.
De methode “rosé de saignée”
Na een korte gisting en maceratie van ongeveer 24 uur laat men een deel van het sap uitlekken dat men verder vinifieert als rosé. De rest van het druivensap wint aan concentratie door het contact met de chapeau en hiervan maakt men rode wijn. Deze methode werd aanvankelijk gebruikt door wijnboeren die hun rose wijn wat moesten aansterken. In eerste instantie wisten ze niet wat aanvangen met het roze sap en lieten ze dit verder gisten zonder opvolging. Vandaar de minder goede naam van rosé in het verleden.